maandag 30 december 2013

Jongetjes richten al lachend een ravage aan in dorp door vuurwerk

Het is bijna oudjaar. Het jongetje heeft kerstvakantie en heeft van zijn vader een lading vuurwerk gekregen. Hij heeft een tas vol met lawinepijlen, strikers en rotjes. Er zit wat illegaal spul bij dat zijn vader op de kop heeft getikt in Belgie. Zijn moeder had nog wel wat bezwaar gehad. Of ze dat wel moesten doen, maar zijn vader vond dat het op die leeftijd er nou eenmaal bij hoorde. Het jongetje is bijna 12 jaar en zit in het laatste jaar van de basisschool. Nu is hij op weg naar zijn vriendjes toe, want vuurwerk steek je niet alleen af, dat doe je samen. Wanneer ze met zijn drie├źn zijn beginnen ze met een aantal rotjes, maar al snel willen ze ook de strikers en de lawinepijlen gaan uitproberen.

Ze lopen een klein steegje in, waar ze tussen een aantal rijtjeshuizen doorgaan. De tuinen van de mensen worden afgeschermd met schuurtjes, heggen en poortdeuren. Het jongetje pakt een striker en kijkt de andere twee aan. Ze weten dat ze moeten gaan rennen, zodra hij de geluidsbom heeft aangestreken. Hij knikt, werpt de striker over een schuurtje heen. Snel maken de drie vaart en horen nog een flinke knal. Zodra ze hijgend het steegje uit komen gerend, zegt het jongetje: “Zo, dat was een knal. Hoorde je die hee. Die mensen moeten zich kapot zijn geschrokken.” Ze lachen en lopen door.

Een bonkige man loopt naar een dressoirtafeltje bij de schuifpui. Op dit dressoirtafeltje staat een fotolijstje, een kaarsje en een urn. Plots was zijn vrouw afgelopen jaar zeer ernstig ziek geworden. Al snel werd duidelijk dat ze de strijd zou verliezen. Ze hadden intense laatste weken beleefd. Nu staat ze daar in een urn, voor het eerst in jaren had de bonkige man de kerst zonder haar moeten vieren. Hij pakt de urn op en kijkt ernaar. De pijn stroomt door zijn lichaam en hij sluit zijn ogen. Op dat moment volgt er een knal. Van schrik maakt hij een beweging met zijn arm, waardoor de urn valt. Voor de tweede keer dit jaar verliest hij zijn vrouw.

De jongetjes zijn inmiddels bij een weg aangekomen. Ze weten dat ze hier extra op hun hoeden moeten zijn, omdat ze veel meer in het zicht zijn van de politie. Ze lopen een bushalte voorbij en zien opeens een klein flatgebouw met eigen parkeerplaats. Ze lopen erop af. Eenmaal aangekomen zien ze dat het redelijk afgeschermd is. Het is lastig de parkeerplaats op te komen. Het jongetje haalt weer een striker uit zijn tas. “Nu is het jouw beurt,” zegt hij terwijl hij de striker aan een van zijn vriendjes geeft. Deze twijfelt geen moment, steekt het aan en gooit dit over een klein gebouwtje bij het parkeerterrein het complex binnen. Terwijl ze wegrennen horen ze een megaknal. Ze kijken elkaar aan en lachen.

Mevrouw Van Dijk loopt met haar wandelstok naar de koelkast. Daar ontdekt de vrouw van 88 dat ze de melk is vergeten bij de supermarkt. Gelukkig is het niet zo ver lopen en moet deze afstand te doen zijn, ondanks dat ze slecht ter been is. Ze besluit het erop te wagen. Haar Albert Heijn tas pakt ze mee en loopt haar deur uit. Hier komt de grootste opgave de trap. Sinds ze ooit vast heeft gezeten in de lift durft ze daar niet meer mee. Ze schuifelt langs de stang naar beneden toe. Met nog een paar stappen te gaan, vliegt er opeens iets over de ingang van de verzorgingsflat heen. Dit voorwerp beland net voor haar op de trap. Door de klap verliest Mevrouw van Dijk haar evenwicht en blijft roerloos op de grond liggen.

Het jongetje heeft zijn vriendjes weer thuisgebracht en belt bij zijn eigen huisdeur aan. Zijn vader doet trots als een pauw de deur open. Zijn vrouw was bezorgd geweest of het wel allemaal goed zal zijn gegaan. Ze vond het onverantwoord dat hij hun jongen met een lading illegaal vuurwerk de straat op had gelaten.  Nu een kleine twee uur later stond zijn zoon hier voor de deur. Niks aan de hand. Hij doet de deur open en ziet zijn zoon lachend voor hem staan. “Hoe was het?” “Wel lachen,” zegt zijn zoon.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten